Los van wat is

Woorden tintelen uit mijn vingertoppen. Mijn uiteindes zonder nagel.
De zachte toetsen doen wat ik wil.
Met verstomde tong wring ik gevoelens los uit letters die woorden tot een zin maken.
Ik duw tot ik niet meer duwen kan.
Eb wordt vloed en weer eb wordt vloed en ebt een sussend patroon.
Er is geen ruimte voor de angst van het grijze gebied. Je weet waar het eindigt en waarom het begon.
Angst voor het gemiddelde.
Ik trek een schokkende beweging in een strakgetrokken lijn. Laat het los.
Wat zal er worden van een uitgerekt strak stuk.
Lummelt het langzaam tussen vaste streken of ploft het zonder te knipperen moedeloos de zwaartekracht tegemoet?
Geen kou komt er tussen de letters en de druk die ik zet. Ik duw ze zachtjes tot ik krijg wat ik wil.
Ze komen voort uit de vingers die zich even in het niets begeven.
Morgen kijk ik het wel weer recht in de ogen.
Nu laat ik even los.
Laat ik los van wat is.
Advertenties

Getint

Vandaag begon met donker zwart
diep donkerzwart vanbinnen.
Met dat donkere van mij
kun je heel wat nacht verzinnen.

Slaaf van je brein

Kijk. Het gaat me er niet om een zielig beeld te schetsen. Om medelijden of -leven te vragen.
Wat ik zoek is gezond verstand.
Documentaires zijn er gemaakt, een paar. Met als invalshoek: het niet vooruit te branden zijn. Als ik dit zou horen als ‘de buitenstaander’ zou ik ook denken, kom op zeg. Schouders eronder en hup. Want soms heb je inderdaad die schop onder je kont nodig. Niks mis mee!
Toch mist het zo vaak aan zorgvuldige grondlegging. Een básis en niet alleen symptomen.
Om te beginnen is er al een probleem daar burn-out en depressie elkaar overlappen als we het alleen maar hebben over symptomen.
Punt is dat het moeilijke aan deze onderwerpen is dat niemand hetzelfde functioneert en reageert.
Wat wél bij iedereen hetzelfde is, is dat er ergens een grens wordt bereikt waar volledig overheen gelopen wordt.
 
Overspannen/burn-out. 
Juist door te hard werken, te hard je best doen en jezelf totaal buiten schot zetten, loop je niet alleen meer op je tandvlees maar woon je je gehele reserves uit. Zodat je uiteindelijk niks meer hebt om bij te zetten. En voilà, ergens anders moet het vandaan worden getoverd want stel je voor dat je laat blijken dat je iets niet meer aankan.
Opeens doet je lijf niet meer wat er van hem/haar/het gevraagd wordt. Dit leidt vaak tot bijvoorbeeld verlammingsverschijnselen, hartklachten, slechte digestie etc.
Wat ik bedoel te zeggen is dat je lichaam een punt bereikt waarop het niet meer dient als slaaf van het brein. En helaas snap je dit pas als het stop zegt, want wie gelooft er nou dat het lichaam niet meer luistert naar je hoofd? Ik bedoel kom op zeg, wat een zweverig gedoe.
Je brein leidt het lichaam, je hersenen besturen het geheel enz. En ja, 4 jaar geleden had ik hetzelfde gezegd.
Psychosomatische uitvallen.
Het valt ook niet uit te leggen als je op een dag wakker wordt en je merkt dat je armen niet meer overeind komen. Je benen weigeren dienst en een enorme deken van verdriet en moeheid overvalt je.
De trap opkomen is onmogelijk. Plassen een dagtaak. Je maag weigert te verteren en huilen is de enige overgebleven emotie en slapen de enige actie.
Goed. Ik ben nu, ik kan het nauwelijks geloven, 3 jaar (!!) verder.
En NOG STEEDS heb ik niet de energie aangevuld die ik had voordat ik ziek werd. Want dat ben je dan. Ziek.
Of zoals de hokjes die ik nodig had om mezelf te vergeven en de omgevingen te overtuigen dat ik echt niks meer kon (en dus geen watje was):
ik bleek ADHD te hebben (omdat ik al zo lang nergens meer op kon concentreren en ik niet snapte hoe ik ooit VWO/HBO had gehaald) die de depressie verergerde, een burn-out die zich aanhaakte en dan nog de psychosomatische uitvallen die het verhaal compleet maakte.
Stilletjes aan vul in mijn reserves bij. Maar het kost tijd, geduld. En nog steeds moet ik leren die te hebben. Natuurlijk ben ik trots. Ik ben van ver gekomen. Er is een tijd dat je niet dood wil maar ook niet precies weet hoe dat moet, leven. 
Je moet zoveel leren, omgooien, principes kwijtraken en stigma’s verliezen wil je snappen hoe dit niet weer te laten gebeuren.
Het is dat doorschieten waar ik zo goed in ben. 
En doorzetten wat ik helemaal niet meer blijk te willen kunnen. 
Dus hierbij alsnog een diepe buiging naar het handjevol liefste mensen die je onvoorwaardelijk toejuichen vanaf de zijlijn.

Als ik het lief vraag

Een hele dag stilzwijgend op de bank zitten voelt nutteloos en het moeten ontspannen komt niet uit een potje. De dag voltrekt zich als een in cirkels om je heen rondstampende mammoet.
Zo eentje die net in de modder heeft liggen rollen zodat in de hete droogte waar jij je begeeft zich steeds meer harde korsten aarde bevinden. Je bent een watje. Je geeft op zonder te vechten.
“Het is een welvaartsziekte. Een westers luxe probleem”.
Je bent geen doorzetter. Je bent gestruikeld over het eerste beste breed liggende strootje. Wat voeg jij nou toe aan de maatschappij als je niet eens voor jezelf kunt zorgen?
“Ach, iedereen heeft wel eens een dag die tegenzit. Morgen ben je er wel weer. Schouders eronder en huppekee”.
Ik aai rustig de harige poten van het puffende grote beest in de kamer. Soms doet mijn linkerarm nog wel wat ik van hem vraag. Soms.

Alleen maar jij

Als je je voelt als een leeggelopen ballon. Als dagcrème die uit je poriën drupt in de warme tegenwind. Als een natte mouw. Wie krijgt dan je sokken aan? Wie doet er je dan je haar in de ochtend? Wie helpt je met het kiezen van je ontbijt? Het uitpakken van je cracker of je bakje yoghurt? Wie laat je de trap op lopen? Wie geeft je een zetje richting je fiets? Wie blaast de wind weg? Wie laat je de zon weer voelen? Wie vult je batterij aan? Wie knijpt er even in je arm dat je niet alleen staat? Wie verruilt de sigarettenrook voor verse bloemen?
WIE?

Een lekkend woord

Ik heb het leven nooit als gift gezien. Meer een knellend gegeven.
Het spijkert je hart aan de muur naast de gedroogde bloemen van je eerste liefde. Een zoet mismaaksel wat meer draagbaar wordt na verloop van tijd.
Het voelt als een lichte zwaarte waar je niks mee kunt. Waar je iets mee moet. Een gedwongen vrije keus.
Het is een geliefd jengelend kind dat je aan je mouw meevoert van winkel naar huis.
Ik ben bang dat synoniemen probleemloos voortvloeien door dit begrip zonder vaste lijnen.
Het leven is een lekkend woord.